Onze helden. Althans een aantal van hen. Helaas komen ze lang niet allemaal aan de beurt. Zonde. Maar wij hebben niet de tijd om die pagina’s te schrijven en u niet om ze te lezen. Onbegonnen werk dus. Daarom toch maar een selectie.

Alle hoofdstukjes beginnen met een grote, rode letter. Die vormen, van boven naar beneden gelezen, ons motto. Dat heet een Acrostichon en het dient alleen maar om te laten zien dat wij ook enige jaren onderwijs hebben genoten.

Kenners weten het allemaal al. Daar zijn het tenslotte kenners voor. De in onze ogen belangrijkste muzikanten hebben hun eigen pagina. Een flink aantal anderen moet het doen met eer eervolle vermelding hier.

Echt waar: Etta James is in staat om het telefoonboek voor te lezen en dat nog te laten swingen. Door een ingewikkeld persoonlijk leven was zij getuige-deskundige van de blues. Zij heeft zelf onder andere I’d Rather Go Blind, If I Can’t Have You en Damn Your Eyes geschreven.

Een band, die niet overgeslagen mag worden, zijn de Rolling Stones. Zij zijn belangrijk geweest voor zowel de Blues als Bluesville. Deze pagina bevat verrassingen.

Perfecte tonen ontlokken aan een grote Gibson. Geen zware akkoorden, maar de zuiverheid van een enkele toon, verstild, loepzuiver, met een hoop vibrato toe. B.B. King kan het allemaal.

Iedereen heeft wel een mening over Ike Turner. Was dat niet die ex van Tina Turner die haar zo vreselijk heeft behandeld? Die man die er giga hoeveelheden coke doorheen joeg? Ja, dat is hem. Maar er is meer, veel meer over hem te als pionier van de Rock ’n Roll, coach, bandleider en nog veel meer…

Niemand schreef zo veel nummers als hij. Willie Dixon was van alle markten thuis. Maar boven alles was hij bassist. Bij Chess heeft hij op zowat elke opname in de jaren ’50 en begin jaren ’60 meegespeeld. En nog zo veel meer…

Geen vocaliste die meer decibels op de meters wist te krijgen dan Koko Tayor. En die krachtige stem speelde in haar Chicago Blues een essentiele rol: als Koko het zong dan wist je dat ze het meende: Come On You People, Let The Good Times Roll..

The man down there… dat was Jimmy Reed. vanaf 1951 bouwde hij een schitterende loopbaan op met talloze hits. Maar het was vooral zijn retestrakke ritmegitaar die de basissound van de Rolling Stones en andere Britse bands bepaalde. Hij stond aan de basis van de Engelse Rhythm & Blues.

Het zal u waarschijnlijk niet verbazen, maar op de vraag wie verreweg de vriendelijkste held van de blues is, antwoordt 97%: Muddy Waters. En terecht, natuurlijk. Ook hier geldt weer: des te groter de ster, des te kleiner het ego.

Elke noot is zuiver en komt recht uit haar hart: Bonnie Raitt is al weer vanaf 1970 muzikaal actief. Ze zingt met haar licht hese, bluesy stem terwijl ze op haar Fender Stratocaster de slide speelt zoals niemand meer deed sinds Elmore James. Ze heeft een paar hits in de Billboard Hot 100 gehad. maar zij speelt het liefst live: “the road is my middle name”.

Begonnen met blues wordt Chuck Berry in 1955 bekend door het gehele land (en ver daarbuiten) met zijn loflied op zijn V8 Ford uit 1934. Dat is een “model 40” waarin ook Bonnie and Clyde hun werk doen (banken beroven). Het begin van een vrijwel eindeloze stroom rock ’n roll classics. De eerste artiest van kleur die door dringt in de “witte” Billboard Hot 100.

Lees in dit artikel over een vader en een zoon. De zoon is het bekendst geworden: Alan Lomax. Twee mannen die wellicht een heel ander doel in hun leven zouden kunnen hebben gehad, maar die in de eerste helft van de 20e eeuw hun levenswerk volbrengen: het ter plekke vastleggen van volksmuziek. Zij gingen letterlijk diep de Delta in en legden vele muzikanten vast op de band, die anders ongehoord en vergeten waren. Hun collectie maakt nu deel uit van de Library of Congress en is daarmee bezit van het volg van de USA.

U kent hem wellicht uit de film “The Blues Brothers” uit 1980. John Lee Hooker speelt op indrukwekkende wijze zichzelf. Op gevorderde leeftijd heeft hij groot succes met zijn CD “The Healer”. George Thorogood maakte zijn “One Bourbon, One Scotch and one Beer” onsterfelijk.

Een bijzondere naam voor een bijzondere man: Bo Diddley. Hij heeft zichzelf genoemd naar een erg simpel instrument uit de jaren ’20: de Diddley Bow. Zijn muziek is uit duizenden te herkennen door zijn opzwepende ritme. Dit ritme kreeg als snel de naam van de bedenker: “Het Bo Diddley Ritme” is een begrip onder iedereen die de blues en rock’n roll een warm hart toedraagt.

Strange Fruit. Dat hing er volgens Billie Holiday aan de bomen in het Zuiden. Duidelijker kon zijn niet zijn in haar aanklacht tegen de racistische levenswijze in het zuiden, waar rechters corrupt zijn, de KKK de echte macht heeft en mensen van kleur volkomen aan de grillen van de “witten” zijn overgeleverd: “The Lady Sings The Blues”.

Als je aan een willekeuriger gitarist vraagt wie T-Bone Walker was, dan blijft het vaak stil. Dat is ook niet zo vreemd, want hij overleed voordat de grote blues revival van de jaren ’60 begonnen was. Maar iedereen kent natuurlijk de act om solo te spelen met de gitaar in de nek. Of een solo met je tanden. Allemaal T-Bone Walker. De grootste showbizzgitarist van de blues.

Laten we het toeval noemen dat Robert Johnson zo veel bekender is geworden dan veel van zijn tijdsgenoten. Zijn verklaring: op het kruispunt had hij zijn ziel aan de duivel verkocht in ruil voor een onmeetbaar talent. Van zijn leven is weinig bekend. Er zijn drie foto’s, twintig opgenomen nummers talloze verhalen over zijn bruisende levenslust. Hij werd 27 jaar !

In dit geval is onze held er één van twee. Het gaat om twee broers waarvan Lejzer Czyz de bekendste is. Geboren in Motal, toen Polen en nu Belarus. In 1928 met zijn moeder en broer gevlucht naar de USA. De immigratieofficier sprak geen Pools, dus werd de familienaam Czyz opgetekend als Chess.

Vrouwen in de muziek waren in de jaren ’20 van de vorige eeuw best wel zeldzaam. Memphis Minnie was een van de uitzonderingen. In 1929 had ze al een eigen band, schreef haar eigen nummers, nam platen op en had erg goed musici in haar dienst… iets was pas 100 jaar later meer geaccepteerd zal worden.

Elke keer als ik een mondharmonica hoor, dan denk ik aan Little Walter, de grondlegger van de bluesharp. Hij speelde over een kleine Fender gitaarversterker, zette die op standje 10 en “the rest is history”. Hij schreef daarnaast ook een flink aantal songs.

Snelkoppelingen naar alle pagina’s van alle helden:

© Ronald Nijenhuis (laatste update 11 mei 2023)

3420total visits,1visits today