Dit is het verhaal van de kleine rode haan. Het is een verhaal dat nu bijna een eeuw oud is. Voor het begin gaan we terug naar het einde van de 19e eeuw. Op 3 juni 1897 werd in Tunica Country (Mississippi) een meisje geboren. Zij werd door haar ouders, de heer en vrouw Douglas, Lizzie genoemd. Zij was een dekselse meid. Leerde gitaar spelen op haar 8e en liep weg op haar 13e. Ging op straat spelen en zingen in Beale Street in New Orleans (Mississippi).

Vanwege ruimtegebrek nemen we een reuze stap. In 1933 krijgt Lizzy een platencontract, maar de baas van het bedrijf vindt haar artiestennaam (Kid Douglas) helemaal niks. Hij heeft haar de naam “Memphis Minnie”. Zij groeit uit tot een erg bekende artieste, schrijft haar eigen nummers, kiest haar begeleiders uit en treedt veel op. Wat natuurlijk heel bijzonder is in de jaren 30, vooral in het Zuiden van de USA. Een van haar songs heet “My Little Rooster”:

Dat nummer klinkt zo:

Memphis Minnie – My Rooster (1936)

Dan is het zo’n 20 jaar later. Een bekende bassist/componist/songwriter in Chicago krijgt een ingeving en schrijft het nummer “Little Red Rooster”. Zijn tekst luidt:

In die jaren loopt er een dunne lijn tussen geniale inval en onbeschaamd plagiaat. En in dit geval kunnen we gerust vaststellen dat Willie Dixon, want over hem hebben we het, het nummer van Minnie heeft gejat. Hoe? Minnie speelde met mondharmonicaspeler Little Walter. Zij ontsloeg hem wegens drankmisbruik. Hij ging naar Chicago om te spelen in de band van Howlin’ Wolf. En daar speelde Willie Dixon de bas.

Willie Dixon on Double Bass

In de uitvoering van Howlin’ Wolf klinkt dat een stuk moderner. Logisch, want de blues had inmiddels een flinke ontwikkeling doorgemaakt.

Howlin’ Wolf – Little Red Rooster (1959)

De grootste klapper moest nog komen. Dat was aan het einde van 1964. De nog jonge band The Rolling Stones nemen het nummer op. Hun uitvoering wordt gekenmerkt door de briljante slidegitaar van Brian Jones. Het is de eerste keer dat een bluesnummer de eerste plaats haalt in de BBC Top 50. Het is trouwens ook het laatste.

The Rolling Stones – Little Red Rooster
In Nederland kwam hij uit in de Favorieten Expres serie

Die Favorieten Expres was een verzameling singles van Philips en daar aan gelieerde labels als Decca en Fontana. Een paar werden een hit, waaronder alles van The Rolling Stones, maar van veel artiesten werd nooit meer iets vernomen. Wat niet persé een nadeel hoeft te zijn…

Hierna verschijnen van de kleine rode haan nog vele versies. Zowel uit de soul (Sam Cooke), blues (Otis Rush) en rock (Mick Taylor en Zoot Money). De overigen zijn verhuisd naar het grote land der onbekenden.

En dan is het 2004. Etta James staat op het punt haar laatste plaat op te nemen. Ze kwakkelt op dat moment al behoorlijk met haar gezondheid. Zij brengt het nummer terug naar de countryblues uit het diepe zuiden waar het ooit vandaan was gekomen. Bluesville heeft zich op die versie gebaseerd.

Etta James – Lil’ Red Rooster (2004)

Blues to the Bone wordt het laatste grote succes van Etta. Zij neemt de plaat op met behulp van haar zoons Donto en Sametto. Het haalt nummer 4 in de Billboard Blues Charts. in 2005 krijgt het een Grammy Award voor het beste Traditional Blues Album.

© 2024 by Bluesville (Laatste update: 18 februari 2024)

© 2024 Bluesville (Laatste update : 17 februari 2024)

28total visits,1visits today