Van zijn 16e tot zijn 61e (wat qua cijfers reuze lollig is) speelt Ronald bas. Op zijn 65e is hij daar gewoon mee doorgegaan. Hij speelt diverse bands, op diverse bassen en over diverse amp’s. Daarover gaat deze diverse pagina.

Bassen :

De eerste de beste bas is deze Warwick Katana 5 Marsterbuild uit 2004. Een handgebouwde bas uit de oude Framus-fabrieken in Duitsland. Met zorg en aandacht voor detail gebouwd. Met doorlopende hals voor betere sustain. Het is een bas met een actief elektronisch circuit van Warwick zelf.

Bas nummer 2 is deze G&L L5500 uit 1993. De body en hals zijn gelijk aan die van de “normale” L2500. Het verschil zit in de akitieve electronica. Die is van EMG, maar dan aangepast: het systeem werkt op 18 volt. Ook de regelaars zijn anders dan de standaard G&L: een martervolume, een balans tussen beide elementen en een gestapelde bas/treble potmeter. Dit EMG-circuit werd ook door andere merken gebruikt, waaronder Steinberger. In totaal zijn er 260 L5500’s gebouwd.

Bas nummer 3 is er vooral voor de “Classic” sound. Het is een passieve Gibson EB-13 uit 2013. Beide humbuckers kunnen onafhankelijk van elkaar naar enkelspoels worden geschakeld. Op de voorste pick-up kom je erg in de buurt van een Fender P-bass en bij de brug hoor de de J-bass terug. In de humbuckerstand klinkt de bas beduidend steviger. Deze kleur noemt Gibson “bouillon gold”.

Bas #4 is een akoestische Michel Kelly, een Amerikaans bedrijf dat haar instrumenten laat bouwen in Zuid Korea. Erg fraai is de inleg in de toets. Ook het geluid is indrukwekkend, dankzij de grote klankkast. Het ingebouwde Fishman-systeem versterkt het signaal prima, maar dan er is wel een afdekking van het klankgat noodzakelijk. Anders zingt hij erg snel rond.

Basversterkers :

Mesa Engineering is vooral bekend vanwege haar gitaarversterkers. Dat begon met de Boogie van Carlos Santana en daarna de Dual Rectifier die bijna verplicht werd in de harde muziek als Metal. Maar ze bouwen dus ook basinstallaties. Deze M-Pulse maakt onderdeel uit van de Powerhouse serie. Er zitten vier 12AX7-buizen in de voorversterker. De eindtrap gebruikt transistors en levert 600 watt bij 4 Ω. Oftewel: giga hard.

Dit is een erg handzaam setje: de Eden WT330 Time Traveler. Deze is bedoeld voor die optredens waar de Mesa een tikje overdreven is. De WT330 heeft een 10″ luidspreker en is maar 30 cm breed. Met de losse luidspreker CX110 er onder is het geheel 60 cm hoog, maar levert wel een strakke 330 watt. Het is dezelfde set als waar Rory in zijn tijd als bassist bij Bluesville speelde.

Deze is voor thuis. De Eden EC8 heeft een vermogen van 20 watt en gebruikt een speaker van 8″. Klinkt supergoed als het niet te hard hoeft. En dat is thuis eigenlijk altijd zo.

Randapparatuur :

Wat heeft een bassist nodig qua effecten? Eigenlijk niet zo heel veel. Zeker niet in de muziek van Bluesville. Alleen een compressor is gewenst. Die zit ingebouwd in zowel de Mesa als de Eden. Het is de kunst deze compressor zo af te stellen dan je het niet hoort als hij aan staat, maar het vreemd klinkt zonder.

Wel erg handig is een draadloos systeem. Zeker op een beperkt podium is het ontbreken van een snoer erg lekker. Ronald gebruikt een systeem van Xvive. Gebouwd in China en in Europa vertegenwoordigd door Warwick. Heikel punt: niet vergeten op te laden voordat er gespeeld gaat worden.

Als de snaren eenmaal goed op de bas zitten dan is ontstemmen veel minder sterk dan bij gitaren. Toch is een tuner noodzaak. De stagetuner van Boss is een joekel van zo’n 30 cm breed. Maar: wel erg goed leesbaar op een afstand en in het donker. Ronald gebruikt hem op de versterker. Ook prima afleesbaar en op de grond geen rommel die in de weg ligt.

Nee, Het is geen effect. Maar wel erg nodig met 3 bassen die ieder hun stroom moeten halen uit zo’n 9V blokje.Volgens de Wet van Murphy geeft zo’n batterij op exact het verkeerde moment de geest.

Snaren :

Een hele studie is noodzakelijk naar het verschil tussen alle snaren op de markt. Roestvrij staal, Nikkel, Nylon, met coating of zonder? Even een setje testen is ook wat lastig, want die kosten zeker € 60 voor een 5-snarige set. Gelukkig zijn er veel filmpjes op YouTube te vinden waarin snaren worden getest.

De snaren van het Duitse Optima hebben iets bijzonders: er is een nanolaagje goud op aangebracht. Zoals bekend roest goud niet, zodat deze snaren langer mee gaan. Deze Unique serie is gladder dan de normale. Ze piepen beduidend minder. Deze snaren liggen naar volle tevredenheid op de Warwick.

Half Rounds? Is dat nieuw? Ja en nee. Eind jaren’70 bestond dit type al. Ronald gebruikte een setje op zijn Precision Bass. Wegens gebrek aan succes is de productie stopgezet. Inmiddels zijn ze er weer. Dit keer geheel van Nikkel. En het grote verschil? Bij Roundwound wordt de snaar in ruwe vorm rond de kern gewikkeld. Bij Flatwound wordt de snaar eerst gladgeslepen en dan rond de kern gewikkeld. Half Rounds zijn Roundwounds die na het wikkelen worden geslepen. Ze zijn dus alleen aan de oppervlakte glad, waardoor ze warm en helder klinken. Deze snaren liggen op de G&L.

De snaren van DR staan bekend om geweldige helderheid en de souplesse. Ronald maakt al jaren gebruik van deze snaren. Het geluid van stalen waren is zo volkomen anders dan bijvoorbeeld nikkel, dat het een bas een eigen karakter geeft. De Gibson EB-13 is van deze snaren voorzien.

Uitgevonden in 1962 om contrabassisten te verlokken om ook eens een basgitaar te proberen. En inderdaad, deze snaren klinken verbluffend goed. Met een beetje fantasie als een contrabas, zeker als ze op de akoestische Michael Kelly zitten.

Voor de duidelijkheid nog even de soorten snaren op een rij:

We gaan terug in de tijd (historisch overzicht) :

Elk verhaal heeft een begin. Ook dit. Ronald begint op zijn 11e met een Japanse gitaar. Zo rond zijn 14e krijgt hij interesse in de basgitaar. In Amsterdam koopt hij een Aria Hi Flyer. Dat is een exacte kopie van de Mosrite shortscale bas met een mansuur van 30″. De overstap van gitaar naar bas is met zo’n shortscale eenvoudiger. Door de P90’s klinkt de bas erg strak.

Als Ronald naar het pittoreske Warmenhuizen is verhuisd en hij in Kick serieus op de bas gaat spelen heeft hij behoefte aan een “echte” bas. Eentje met een 34″ mensuur. Dat wordt een licht gebruikte Gibson Grabber. En bas uit de in 1972 gepresenteerde serie bassen en gitaren. Een fraai instrument met een verschuifbaar element als bijzonderheid.

Met “The Grabber” was helemaal niks mis. Of eigenlijk wel: het klonk niet als een rockbas. Perfect voor country of zo, maar “het” ontbrak. Omdat Ronald helemaal ondersteboven was van de bas van Phil Lynott (Thin Lizzy) op de live LP “Live and Dangerous” moest het een Fender Precision worden. Liefst zwart. En dat werd het.

De Fender was absoluut een blijvertje. Toch liet Ronald zich verleiden tot de aanschaf van een Gibson RD Artist bas. Een bijzonder instrument omdat het de eerste in serie gebouwde actieve bas is. Om het elektronische gedeelte te herbergen werd een flink deel uit de body gefreest, wat zeker bijdroeg aan het prettige gewicht. Door de uitzonderlijke vorm bleef de bas mooi in balans hangen tijdens het spelen. Het was een winkeldochter, die met belachelijk veel korting bij Spanjaard de deur uit mocht.

Via via kon Ronald de bas ruilen met twee Tannoy Gold luidsprekers. Exit RD Artist. De Precision bleef en was lange tijd de enige bas in de familie. Er kwam toch een tweede bas bij: een zwarte Gibson The Ripper. Uit dezelfde serie als The Grabber. Gene Simmons van Kiss had er een, net als de bassist van Mothers Finest. Om de een of andere reden lukte het Ronald niet om er net zo mooi geluid uit te als uit de Fender.

Een advertentie in de Speurdersrubriek van de Telegraaf bracht Ronald op het spoor van een Gibson Les Paul Signature Bass uit 1972. Het model had niets met de Les Paul te maken. Jack Cassisy van Jefferson Airplane speelde er ook op. De semi-akoestische bas klonk ‘zompig’. Totaal niet waarop Ronald had gehoopt. Dus ook exit LP Signature. Hij ging weg voor een mooie prijs. Dertig jaar later bezien, was het een schijntje.

Onder het motto ‘doe eens gek” koopt Ronald een Gibson Blackbird. Dat is een Thunderbird bas die is aangepast aan de wensen van NIkky Sixx, bassist van Mötley Crue. Opvallend is het ontbreken van een toonregeling. Alleen volume en een schakelaar voor elementkeuze. De heer Sixx is trouwens op liveopnames alleen te zien met zijn Thunderbird. Van dit zwarte monster ontbreekt dan elk spoor.

Dan is het tijd voor het “echte” werk. Ronald verkoopt zo ongeveer alles wat los en vast zit. Met een goed gevulde spaarpot gaan Pa Nijenhuis en hij naar Hilversum. Daar huist Edwin van Huik en die heeft een erg mooie Alembic Orion in “de aanbieding”. Wat een bas!!

De “dekplaat” van de bas, die verder van Mahonie is, is van Coco Bolo, een tropische houtsoort met een geweldig mooie glans en nerf. Bij Alembic moest je daar dan wel $ 800 extra voor neerleggen.

In 2005 was het voor Ronald einde Silver. Hij besluit zich toe te leggen op de 5-snarige bas. Dan gaat hij eind 2011 spelen in So What? Een harde band uit Aalsmeer. De eerste bas is een Yamaha BB5000a. Daarmee speelt hij ook op de eerste aflevering van de Grootste band van Nederland op de Grote Markt in Haarlem.

Hoewel wat moeilijk te zien is dit de Yamaha BB-5000a
400 bassisten bij elkaar is net een zware hele dikke bromvliegen..

Hij ruilde de Alembic Orion (die nu ongebruikt lag te wezen) in voor een Alembic Excel. Dat was een bas met een zogenaamde P/J-configuratie. Zeg maar, een verbeterde Fender Precision. Jason Newstadt van Metallica speelde op eenzelfde bas.

Als dat geen klassiek rock-pose is…

aSasaS

© Bluesville (Laatste update: 24 augustus 2022)

12total visits,1visits today